Dit is één van mijn oudste blogs, geschreven in een tijd dat mijn werk nog vooral ging over voeding, keuzes en de balans tussen streng zijn en zachtheid.
Ik laat het bewust staan — als startpunt van waar mijn visie begon te groeien.
Vandaag werk ik met een bredere blik: van cellen tot ritme, van licht tot nervus vagus. Maar de boodschap van toen blijft waar: vrijheid zit niet in alles mogen, maar in voelen wat voedt.
Voor wie hier net binnenkomt: lees dit gerust als een lichte ingang. De toon is eenvoudiger, maar het hart klopt nog hetzelfde.
Ingrid

Jij mag ook niks!
“Mag jij dan nooit wat van jezelf?”
Die zin hoorde ik vroeger vaak.
Als je gezond leeft en dus regelmatig het zoveelste gebakje van een jarige collega afslaat, vinden mensen al snel dat je niks mag van jezelf.
Maar dat is precies het omgekeerde van wat er gebeurt.
Ik mag van mezelf juist álles — ik hoef alleen niet alles meer.
Laat dat even landen.
Wanneer je jezelf alles toestaat, maar diep van binnen voelt dat je lichaam geen behoefte heeft aan suiker, verkeerde vetten of gebakjes, dan is dat geen beperking — dat is vrijheid.
Je zegt gewoon “nee, dank je” tegen iets waarvan je weet dat het jouw lijf niets brengt. En af en toe — ja, dan is er die ene echte, warme, geurige appeltaart van de bakker. Dan geniet je. Met volle aandacht.
De spiegel van de ander
Die opmerking (“jij mag ook niks”) zegt meestal meer over de ander dan over jou.
Je wordt een spiegel.
Een mens kijkt in jouw keuzes en ziet plots wat hij zelf misschien wil, maar nog niet kan of durft.
Dan is het veiliger om jou terug te trekken naar zijn wereld, dan zelf de stap te zetten naar die van jou.
Laat dat bij de ander.
Je hoeft geen discussie te voeren of iemand te overtuigen van jouw gelijk.
Blijf gewoon lopen op jouw pad, stil en standvastig.
De vragen komen vanzelf, zodra mensen zien hoeveel rust en helderheid er van jou uitgaat.
De 80/20 regel
Wat ik destijds leerde, is dat te streng zijn averechts werkt.
Balans is belangrijk — niet als excuus, maar als uitnodiging tot zachtheid.
De zogeheten 80/20-regel werkte voor mij: tachtig procent voedend, twintig procent gewoon mens.
Want stress over gezond eten maakt zelfs het beste voedsel bitter.
Als je gespannen aan tafel zit, verliest eten zijn werking.
Een ontspannen lichaam verteert beter, neemt beter op en herstelt sneller.
Dus ja, af en toe iets minder gezonds eten — en daar vrede mee hebben — voedt soms meer dan het vermijden van alles wat “fout” is.
Wat er toen gebeurde
Toen ik deze woorden schreef, merkte ik hoe mijn lichaam langzaam zijn eigen wijsheid begon terug te vinden.
Na een periode van ontwenning (waarin het soms letterlijk riep: geef me suiker!) kwam er iets anders: rust.
Mijn smaak veranderde. Mijn behoefte ook.
En ik ontdekte dat echte voeding niet alleen iets is wat je eet, maar ook wat je voelt terwijl je eet.
Waar ik nu sta
Tien jaar later werk ik nog steeds met diezelfde basis, maar ik zie het nu breder.
Het gaat niet alleen om wat je eet, maar om de ritmes waarin je leeft.
Om het licht dat je ogen binnenkomt. De rust waarmee je ademt. De manier waarop stress, slaap en spijsvertering met elkaar praten.
Gezondheid is geen optelsom van regels, maar een dans van ritme, energie en bewustzijn.
En ja — mildheid is nog steeds de sleutel.
Niet uit gemak, maar uit liefde.
Wat laat je cellen lachen? – mijn gouden glitter oplossingen
Laat voeding weer een ritueel zijn.
Kies eten dat leeft, dat ruikt, dat kleurt.
Eet met aandacht, met adem, met voeten op de grond.
Zeg ja tegen wat je voedt en laat los wat ruis geeft.
Je lichaam luistert naar de toon van je keuzes — niet naar het aantal calorieën.
Liefs, Ingrid
